In het kort
Bij zwangerschapsmisselijkheid bent u vaak misselijk in de eerste maanden van uw zwangerschap.
Wat is zwangerschapsmisselijkheid?
Zwangerschapsmisselijkheid komt veel voor. Het begint meestal in de eerste weken van de zwangerschap. De oorzaak is een verandering in uw hormonen. U kunt vooral ’s ochtends misselijk zijn, maar dit kan ook op andere momenten gebeuren. Sommige vrouwen moeten soms overgeven. Meestal wordt het na 3 tot 4 maanden vanzelf minder. Soms blijft de misselijkheid langer of is het zo erg dat u niets binnenhoudt. Dan is het belangrijk om hulp te vragen.
Welke klachten heeft u bij zwangerschapsmisselijkheid?
U kunt last hebben van één of meer van deze klachten:
- U bent misselijk, vooral in de ochtend.
- U moet overgeven.
- U heeft minder zin in eten.
- U bent snel moe.
- U valt af of houdt geen eten of drinken binnen.
- U kunt zich duizelig voelen.
Wat kunt u zelf doen bij zwangerschapsmisselijkheid?
- Eet kleine beetjes verdeeld over de dag
Een lege maag maakt de misselijkheid vaak erger. - Eet iets vóórdat u opstaat
Bijvoorbeeld een cracker of beschuit. - Drink regelmatig kleine slokjes water of thee
Zo voorkomt u uitdroging. - Vermijd geuren of eten waar u misselijk van wordt
Luchtjes kunnen de misselijkheid verergeren. - Zorg voor rust
Probeer stress te vermijden. Moeheid kan de klachten erger maken. - Vraag uw verloskundige om advies
Zij kan samen met u bekijken of u medicijnen nodig heeft.
Wanneer moet u naar de dokter bij zwangerschapsmisselijkheid?
Wilt u weten of u naar de dokter moet? Vul dan onze online vragenlijst in. U krijgt snel een advies dat past bij uw situatie.

