In het kort
Bij een sportblessure heeft u pijn aan een spier, pees, gewricht of bot door het sporten.
Wat is een sportblessure?
Een sportblessure ontstaat als u een deel van uw lichaam te veel belast tijdens het sporten.
De blessure kan:
- Plotseling ontstaan, bijvoorbeeld na een val of verkeerde beweging.
- Langzaam ontstaan, bijvoorbeeld door te vaak of te lang trainen.
Sportblessures komen vaak voor in de:
- Voet of enkel
- Knie
- Schouder
- Rug of nek
- Arm of pols
Meestal gaat het om een kneuzing, verrekte spier, verstuiking of overbelasting.
Welke klachten heeft u bij een sportblessure?
U kunt last hebben van één of meer van deze klachten:
- Pijn bij bewegen, bijvoorbeeld bij lopen of traplopen.
- Zwelling of blauwe plek, vaak na een val of stoot.
- Stijfheid of drukgevoel, vooral na rust.
- Minder kracht of moeite met bewegen, zoals tillen of hurken.
- Pijn die steeds terugkomt bij sporten.
Wat kunt u zelf doen bij een sportblessure?
De eerste 2 dagen is het belangrijk om het lichaam rust te geven. Daarna kunt u langzaam weer gaan bewegen.
- Rust houden
Gebruik het pijnlijke lichaamsdeel zo min mogelijk. Stop tijdelijk met sporten. - Koelen
Leg een coldpack of natte doek op de pijnlijke plek. Doe dit maximaal 15 minuten per keer. Niet direct op de huid leggen. - Hoog leggen
Leg het lichaamsdeel hoger dan uw hart. Dit helpt tegen zwelling. - Na een paar dagen rustig bewegen
Begin voorzichtig met kleine bewegingen. Blijf binnen uw pijngrens. - Neem paracetamol als u pijn heeft
Lees in de bijsluiter hoeveel paracetamol u mag gebruiken.
Wanneer moet u naar de dokter bij een sportblessure?
Wilt u weten of u naar de dokter moet? Vul dan onze online vragenlijst in. U krijgt snel een advies dat past bij de situatie.

